Een uniek stukje cultuurhistorisch landschap

Ten zuiden van de Gemertseweg in het grensgebied van de gemeenten Gemert en Laarbeek ligt een uniek stukje cultuurhistorisch landschap dat de nodige aandacht verdient. Precies op de grens tussen deze twee gemeenten stroomt de Snelle Loop. Opvallend aan de Snelle Loop is dat hij niet de vorm heeft van een natuurlijke, slingerende waterloop, maar dat hij een recht verloop heeft, dat hij niet de natuurlijke laagten in het landschap volgt en op sommige plaatsen dwars door hogere delen van het landschap loopt. Een kunstmatige constructie dus. Opvallend is dat de Snelle Loop over de gehele lengte van de grens met Gemert een dubbele waterloop was. Twee keurig parallel lopende waterlopen, zoals goed te zien is op de kadastrale kaart van 1832. De noordelijke loop, aan de Gemertse kant, heeft dan als naam De Kleine Walgraaf en de zuidelijke loop heet kortweg Walgraaf.

Snelle loop

 Wat op de kadasterkaart en ook op veel topografische kaarten niet te zien is, maar wat uit de naamgeving in 1832 al duidelijk wordt, is dat er behalve een dubbele waterloop ook een wal aanwezig is. De wal ligt, zoals uit andere bronnen blijkt, tussen de twee parallelle waterlopen. De uiterlijke vorm van deze constructie, twee gegraven greppels met daartussen een wallichaam, doet meteen denken aan een landweer, temeer nog omdat hij de grens vormt tussen twee gebieden die tot verschillende bestuurlijke eenheden behoren. Aan de ene kant de heerlijkheid Gemert van de Duitse Orde en aan de andere kant de gemene gronden die door de hertog van Brabant in 1300 werden uitgegeven aan de inwoners van Aarle, Rixtel, Beek en Donk, de huidige gemeente Laarbeek.
Van een aantal landweren is uit onderzoek bekend in welke periode ze zijn aangelegd. Ze dateren allemaal uit de middeleeuwen, voornamelijk de periode tussen 1350 en 1450. Van de Snelle 1.00p kan ook gevoeglijk worden aangenomen dat hij in de genoemde periode zal zijn aangelegd. De gemene gronden van de Aarle-Rixtelse en de Beek en Donkse Broekkant werden door de hertog van Brabant aan de inwoners van Aarle en Beek uitgegeven in het jaar 1300. Op dat moment werd de grens tussen Aarle-Beek en Gemert vastgelegd.
Pas daarna zal er een landweer zijn aangelegd. Uiteraard ontstonden na verloop van tijd vele conflicten met betrekking tot deze grens.


De navolgende tekst is ontleend aan: J. Timmers, De Walgraaf en de Snelle Loop, een landweer op de grens tussen Gemert en Laarbeek in D'n Tesnuzzik nr. 2 2009.
 

Bloemrijke akkerranden

In het voorjaar zijn er, onder begeleiding van het Laarbeeks Landschap, weer een groot aantal akkerranden ingezaaid met diverse zaden. De bedoeling daarvan is om het landschap een aantrekkelijker uiterlijk te geven, maar ook om een bijdrage te leveren aan de natuur. Deze akkerranden worden na het inzaaien niet meer bewerkt en geven daardoor veel schuilgelegenheid aan allerlei dieren; ze kunnen er ongestoord hun leventje leiden. De planten bieden ook voedsel en na de bloei ontstaan zaden waarvan veel dieren tot ver in de winter kunnen leven. U zult dus vaak o.a. vlinders en vogels in deze randen aantreffen.

geluidswal Broekdaelerbaan

Het voorjaar van 2011 was erg droog en daardoor is de kieming van zaden in de akkerranden achter gebleven bij andere jaren. Het mengsel dat door ons gezaaid wordt bevat zaden van allerlei planten. In de komende nieuwsbrieven zullen we een aantal van deze plantensoorten beschrijven. Dit keer nemen we de klaproos.

Klaproos of Papaver
De klaproos is een echte pioniersplant en gedijt daarom vooral op verstoorde grond. De zaden kunnen wel 50 jaar kiemkrachtig in de grond achterblijven. Nieuwe wegbermen en geluidswallen worden daardoor in de zomer vaak prachtig rood gekleurd. De klaproos werd in de Eerste Wereldoorlog het symbool van de gesneuvelden. Dit kwam omdat de akkers die door granaten omgewoeld werden in het volgend jaar bloedrood kleurden van de klaprozen. Het zaad van de klaproos wordt wel maanzaad genoemd.
We kennen dat van de maanzaadbroodjes en in sommige landen wordt dit gebruikt voor de productie van verdovende middelen. Op de akkers zijn de klaprozen verdwenen door bemesting en onkruidbestrijdingsmiddelen. Bij regenweer klapt de bloem dicht, vandaar de naam.

Weidevogelbescherming

kiviet

Als onderdeel van Het Laarbeeks Landschap houden ruim 30 mensen zich bezig met het beschermen van weidevogels op de percelen van 42 boeren. Dit jaar hebben we ons 12-jarig bestaan gevierd met een barbecue in accommodatie De Bimd van het IVN.
Het seizoen 2011 heeft zich gekenmerkt door nogal extreme weersgesteldheden. Het voorjaar was bijzonder droog. De grond was hard en de vogels konden daardoor moeilijk met hun snavel in de aarde komen. Door de droogte was er ook bijzonder weinig voedsel aanwezig. Dit had tot gevolg dat er relatief laat eieren zijn gelegd en soms maar 2 of 3 in plaats van de gebruikelijke 4 eieren. De vogels hadden gewoonweg de energie niet om tot een volledig legsel te komen. Als men weet dat een kievit ongeveer de helft van zijn lichaamsgewicht kwijt is voor 4 eieren die in 5 dagen worden gelegd kan men begrijpen dat voor en tussen het leggen van de eieren veel voedsel moet worden gegeten.

                                                                           jonge kivieten       


Gelukkig hebben wij als beschermers nog de nodige nesten gevonden en ervoor gezorgd dat dit niet door bewerkingen verloren zijn gegaan. Dit gaat in prima samenwerking met de boeren. Wij melden als er iets is gevonden en als er een bewerking moet gebeuren worden wij geïnformeerd door de betreffende boer. Vervolgens komen wij in actie om het nest te beschermen. De Laarbeekse aanpak is een voorbeeld voor Brabant en daar zijn we trots op.
We vertrouwen er op dat we op deze manier nog lang kunnen samenwerken om ervoor de zorgen dat het lenteconcert van de weidevogels steeds hoorbaar zal blijven in Laarbeek. Dit jaar hebben we 240 legsels gevonden. Vorig jaar waren dat er 253. Dat betekent een vrijwel gelijk resultaat. De kievit staat met stip op nummer 1 met 214 legsels gevolgd door de wulp met 11 nesten. Dan waren er nog 10 scholeksterlegsels en nog 5 van de grutto. Het uitkomstpercentage was 72%.
Verliezen treden op doordat het nest verlaten wordt of het legsel wordt opgegeten door andere dieren.

Daarnaast gaan er ondanks de goede samenwerking toch ieder jaar nog enkele nesten verloren door bewerkingen. Terugkijkend op het seizoen 2011 zijn we redelijk tevreden en zullen ons best doen om in 2012 op z'n minst dit resultaat te evenaren.

Voor meer informatie kunt u met Jaap Wijdenes contact opnemen.

                                                                        


 

Gemeente Laarbeek start 2de ronde erfbeplantingsproject PlantenNu

In september 2011 is de 2de ronde van het erfbeplantingsproject  PlantenNu van start gegaan in de gemeente Laarbeek. Met de uitvoering van het erfbeplantingsproject  PlantenNu wil de gemeente Laarbeek de aanleg van erfbeplanting op en rond erven in het buitengebied stimuleren. Binnen het project PlantenNu vergoedt de gemeente Laarbeek de kosten voor het maken van inrichtingsplannen en het plantmateriaal. Het planten van bomen en bosplantsoen dient door de aanvrager zelf worden uitgevoerd.

                                                                             tonderzwam

Voorwaarden
Voorwaarden om deel te nemen aan PlantenNu is dat u minimaal 100m2 houtsingel of 10 laan- of fruitbomen aanplant en dat u de gesubsidieerde beplanting minimaal 10 jaar in stand houdt. Inpassing- en herplantverplichting zijn daarnaast uitgesloten van deelname.


Aanmelden
Wanneer u interesse heeft in deelname aan het project kunt u zich aanmelden via de website wwwplantennu.nl of u kunt contact: opnemen met:
Projectbureau Orbis Koen van Hout
Telefoon: 073-6233229

Nestgelegenheid en voedsel voor solitaire bijen.

Door hun economisch belang-  zijn honingbijen erg bekend, en we weten dat ze in grote kolonies leven. Er zijn echter ook een groot aantal soorten die apart leven, de zogenaamde solitaire bijen. We kennen onder de solitaire bijen o.a. de volgende groepen: zandbijen, maskerbijen, metselbijen, behangersbijen, koekoeksbijen en nog vele anderen. De naam heeft vaak iets te maken met de bouw of het gedrag van de soort. Bijen en andere insecten zijn belangrijk voor de biodiversiteit en verdienen daarom aandacht.

                                                                          bijenblok-riet 

Net als honingbijen hebben ook de solitaire bijen het tegenwoordig moeilijk. Door de schaalvergroting, monoculturen en het gebruik van te veel mest- en gifstoffen is het biotoop (leefomgeving) zodanig ontregeld dat vele soorten hard achteruit gaan.  Daarbij komt nog dat we tegenwoordig alles zo "netjes" maken dat er voor veel bijen geen nestgelegenheid meer is. Als privepersoon kun je ook mee doen om de bijen te helpen, en gelijk een stukje natuur in je tuin maken. M.b.t. tot voedsel kun je er voor zorgen dat er altijd wat in je tuin staat te bloeien. Kies dan voor "normale"bloemen en geen "dubbele". Ook kun je nestgelegenheid maken.
Voor zandbijen kun je een paar tegels uit het terras halen. Deze half in de grond werken en de opening opvullen met een mengsel van geel zand en leem zodat de holletjes niet in elkaar storten wanneer er in gegraven wordt. Voor metsel- en behangersbijen kun je gaten in een blok hout boren. Gebruik hiervoor hout dat bij het boren niet rafelt. Beuk, eik en es zijn goede houtsoorten. De gaten moeten variëren van 3 tot 12 mm en de diepte moet 80 tot 100 mm zijn. Elke bijensoort heeft zo zijn voorkeur voor diameter en diepte. Ook kun je en leeg groenteblik nemen en dit vol met riet van verschillende diameter stoppen. Zorg er wel voor dat de knoop in het riet achter zit anders kan de bij niet in de holle ruimte komen.

Aanvullende informatie